Lilian Matton

Lilian Matton

Adviseur

De regisseur als kostenbesparende hulpverlener

Steeds meer gemeenten zijn opzoek naar antwoorden op de complexiteit binnen de domeinen Jeugd, Wmo en Participatie.

‘Simpele’ afdelingen Welzijn zijn inmiddels miljoenenbedrijven Sociaal Domein geworden. Met de toenemende tekorten is de zoektocht naar efficiënte en integrale dienstverlening versterkt. Dé toverformule lijkt echter nog niet gevonden.

Kijkend naar de toegang, worden daar diverse acties ondernomen. Waar de ene gemeente werkt met toegangsteams, heeft de andere gemeente de toegang uitbesteedt. Hoe het ook ingericht is, het wordt er niet altijd duidelijker op voor de uitvoering. Wat verwachten we als de toegangsmedewerkers indicaties stellen? Met welke hulpvraag gaan ze aan de slag? Mogen zij ook hulpverlenen of alleen indicaties stellen? En als we over 1 gezin – 1 plan – 1 regisseur praten: wie is dan de regisseur? Degene die de indicatie afgeeft of de aangewezen hulpverlener?

Daarnaast zien we nog iets anders binnen de toegang. Medewerkers die toegang verlenen en daarnaast een hulpverlener achtergrond hebben, blijven vaak hulpverlenen. Ze hebben moeite met het aansturen van andere ingezette hulpverleners, terwijl zij eigenlijk meer de regiefunctie zouden moeten bekleden. Niet verwonderlijk als je jaren hebt gewerkt als hulpverlener. Ondertussen handelen medewerkers zonder hulpverlener achtergrond vooral erg technisch de aanvragen af en kunnen daarbij voorbij gaan aan wat inwoners echt nodig hebben.

Wat is nodig?

  1. Eenheid van taal: Een visie op het sociaal domein is altijd op hoofdlijnen geschreven. Er is een vertaalslag nodig om de visie aan te laten sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Beter nog is een visie die vooraf is afgestemd met de uitvoering, zodat er duidelijk gedefinieerde en gedragen termen in de visie terechtkomen.
  2. Nieuw scholingsaanbod: Zelfs met eenheid van taal bestaat een uitvoeringsteam uit mensen met verschillende achtergronden. Het ontbreken van een gedegen scholingsaanbod maakt dit niet eenvoudiger. Blijf investeren in scholing en het samen (beleid en uitvoering) uitdiepen van de terminologie. Tip: zet acteurs in om medewerkers van elkaar te laten leren hoe je nu echt leert vragen naar de eigen kracht van inwoners. Ervaring leert dat dit op verschillende manieren kan die niet altijd de beleidsvisie ten goede komen.
  3. Realistische verwachtingen: Door het herbenoemen van de uitvoerend medewerker tot regisseur wordt de verwachting geschept dat er ‘vanzelf’ kostenbesparing optreedt. Zonder eenheid van taal en passend scholingsaanbod, zijn besparingen op korte termijn niet realistisch.

Met andere woorden: investeer in elkaar en in de relatie tussen beleid en uitvoering. Dan staan de neuzen in ieder geval dezelfde kant op. Integreer daarbij de overige instrumenten, zoals opgaven en data. Grote kans dat je de hiermee de doelstellingen en visie behaalt!

Meer weten? Neem contact op met Bianca Terpstra.

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Demo aanvragen