De regisseur als kostenbesparende hulpverlener

Steeds meer gemeenten zijn op zoek naar antwoorden op de complexiteit binnen de domeinen Jeugd, Wmo en Participatie. Met de toenemende tekorten is de zoektocht naar efficiënte en integrale dienstverlening versterkt. De toverformule lijkt echter nog niet gevonden. In dit artikel belichten wij de complexiteit tussen beleid en uitvoering en vertellen wij wat er volgens ons nodig is om tot de toverformule te komen.

De inrichting van de toegang verschilt per gemeente
Waar de ene gemeente werkt met toegangsteams, heeft de andere gemeente de toegang uitbesteedt. Hoe de toegang ook is ingericht, de werkwijze is niet altijd even duidelijk voor de uitvoering. Wat verwachten we als de toegangsmedewerkers indicaties stellen? Mogen zij ook hulpverlenen of alleen indicaties stellen? En als we over 1 gezin – 1 plan – 1 regisseur praten: wie is dan de regisseur? Degene die de indicatie afgeeft of de aangewezen hulpverlener? 

Toegangsmedewerkers met een hulpverlener achtergrond blijven vaak hulpverlenen.
Ze hebben moeite met het inzetten van andere hulpverleners, terwijl zij eigenlijk meer als regiehouder moeten handelen. Zeer begrijpelijk als je jaren hebt gewerkt als hulpverlener. Hierbij kunnen ook de wachttijden oplopen. Tegelijkertijd zijn er ook medewerkers zonder een achtergrond in de hulpverlening. Zij benaderen de aanvragen vooral met een technische blik. Daarbij gaan ze soms voorbij aan wat inwoners echt nodig hebben. 

Wat is er volgens Transitiepartners nodig om tot een efficiënte en integrale dienstverlening te komen?

  1. Eenheid van taal: Een visie op het sociaal domein is altijd op hoofdlijnen geschreven. Deze moet ook vertaald worden naar de praktijk. Het beste is om een visie te schrijven die vooraf is afgestemd met de uitvoering. Hiermee creëer je dat de visie en de terminologie gedragen wordt door zowel beleid als uitvoering. 
  2. Nieuw scholingsaanbod: Een uitvoeringsteam bestaat uit mensen met verschillende achtergronden. Naast dat iedereen dezelfde taal spreekt, is het ook belangrijk dat er een goede scholingsaanbod is. Tip: zet acteurs in om medewerkers van elkaar te laten leren. Bijvoorbeeld, hoe je nu echt leert vragen naar de eigen kracht van inwoners. 
  3. Realistische verwachtingen: Door het herbenoemen van de uitvoerend medewerker tot regisseur wordt de verwachting geschept dat dit ‘vanzelf’ leidt tot kostenbesparing.. Echter, zonder eenheid van taal en passend scholingsaanbod, zijn besparingen op korte termijn niet realistisch

Conclusie, investeer in elkaar en in de relatie tussen beleid en uitvoering.
Dan staan de neuzen in ieder geval dezelfde kant op. Integreer daarbij de overige instrumenten, zoals opgaven en data. Grote kans dat je de hiermee de doelstellingen en visie behaalt!

Meer weten? Neem contact op met Carien Huizing

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Demo aanvragen