Normaliseren van veranderingen

Door Carien Huizing

Normalisering in de Wmo: geen zorgvraagstuk, maar een inkomensvraagstuk

Wel een traphekje als valpreventie vanuit het gemeenschappelijk budget als je negentig bent, maar niet als je één wordt? Wel een scootmobiel, maar geen kinderwagen?

Waarom beschouwen we dezelfde soort hulpvragen in het ene geval als een zorgvraag die in natura door de gemeenschap wordt opgelost en de ander als een inkomensvraag die via de SVB en de Belastingdienst wordt aangevuld? De analoog tussen ouder worden en kinderen krijgen is groot: vervoer, dagopvang, hulpmiddelen en huishoudelijke ondersteuning zijn veelal ook zaken die geregeld worden bij de geboorte van een kind. Toch vinden we dit een zaak van de ouders die we met extra financiële middelen ondersteunen. Worden we ouder, dan worden vergelijkbare voorzieningen verzorgd door verstrekking via de gemeente in natura, inclusief een fors administratief traject.

In de vorige eeuw waren dit misschien zaken die lastig te regelen waren, maar nu is er voor veel van deze zaken een markt ontstaan: Uber, Picnic, de reclames in de tv-gids voor een traplift. Bovendien is ouder worden sinds twee generaties geen uitzonderig meer, maar een levensfase waar je je op kunt voorbereiden. Je verhuist wel van je kleine flatje naar een eengezinswoning als je een kinderwens hebt, waarom daarna niet terug naar een klein flatje met lift als je ouder wordt?

Op dit moment benaderen wij ouder worden nog als een zorgvraagstuk. Vanuit de gemeenschap worden hulpmiddelen, huishoudelijke hulp en vervoer ingezet als antwoord op de hulpvraag die ontstaat. Vanuit een zorgperspectief. Dit perspectief maakt dat inkomen bij het oplossen van de hulpvraag (bijna) geen rol mag spelen, met als gevolg dat een gemeente een traplift mag inbouwen in een huis van 2 miljoen euro.

Is het geen tijd voor ‘normalisering in de Wmo’? Is het misschien tijd voor een ouderbijslag in de AOW, analoog aan de kinderbijslag? En een ouderopvangtoeslag of een ouderkorting?

Deze invalshoek helpt om een deze levensfase niet als hulpfase te bestempelen, maar als een fase waaraan je je moet aanpassen door passende voorzieningen te organiseren. We kunnen een heel administratief circus omzeilen en daadwerkelijk uitgaan van de eigen kracht van mensen om vorm te geven aan een doodnormale levensfase.

Wat vind u van deze invalshoek? En wat levert deze manier van kijken nog meer op? Praat meer via LinkedIn of neem contact op met Carien.

 

carien huizing, transitiepartners

Carien Huizing

Telefoon : 06 – 289 409 09
E-mail : c.huizing@transitiepartners.nl