Tijd voor Jeugdhulp

Door Melle Wijma

Tijd is een ingewikkeld iets. Als het voorbij vliegt kom je het tekort, maar als je er zeeën van hebt, dan kruipt het voorbij. Einstein zei al dat het relatief is. Te kort is niet goed. Te lang evenmin. Dat is niet anders in de Jeugdhulp.

Gemeenten vragen mij altijd naar monitoringsinformatie over de Jeugdhulp. Dat is leuk, maar wat wil je weten dan? En waarvoor? In mijn werk maak ik altijd gebruik van het vierkant Tijd, Aantallen, Kwaliteit en Geld. Daarbij valt het mij op dat de factor tijd misschien wel de beste indicator is op veel vragen over aantallen, kwaliteit en geld. En dat terwijl er eigenlijk nauwelijks aandacht voor is. Laten we eerlijk zijn; het gaat er bijna altijd over hoeveel a) cliënten, b) voorzieningen en c) geld.

Daarom startte Transitiepartners vijf jaar geleden samen met de regio Utrecht West met het meten van Zorgpaden: we zetten per (anonieme) cliënten op een rij welke voorzieningen gelijktijdig en navolgend starten. Dat doen we per zorgvorm, per gemeente en per zorgaanbieder. Zo ontstaan er Zorgpaden (in tijd) waarmee we cliënten volgen op hun weg door de zorg. Het blijkt een succes. We kunnen gemeenten, aanbieders en zorgproducten vergelijken op aantallen, doorverwijzingen, kosten, effectiviteit, uitstroom en meer. Het biedt inzicht en is input voor het goede gesprek over kwaliteitsverbetering.

Na vijf jaar kunnen we bovendien een paar belangrijke lessen trekken.

  1. Veel jongeren zitten (te) lang in jeugdzorg. Onze metingen starten in 2015. Sindsdien zit meer dan 50% van de jongeren nog steeds in zorg. Dat percentage is mogelijk hoger als je bedenkt dat een deel van de jongeren van voor 2015 inmiddels 18 is.
  2. De uitstroom is dermate laag, dat daardoor het gehele jeugdstelsel overbelast raakt.
  3. Vanaf het derde zorgtraject starten de zwaardere, intensieve en dure behandeltrajecten. Daar stromen nog minder jongeren uit en wordt de zorg structureel.

Gemeenten concentreren hun beleid en werkwijze op de toegang. Dat is niet terecht. Het gebeurt feitelijk daarna… als de factor tijd speelt. Hoe langer een kind in Jeugdzorg is, hoe kleiner de kans is op uitstroom of afschaling. De meest zinvolle interventies zijn de integrale maatregelen die na het tweede zorgtraject verdere escalatie voorkomen. Neem dyslexie eens als voorbeeld en pak uw eigen data erbij. Ik daag u uit om voor uzelf inzichtelijk te maken uit hoeveel achtereenvolgende doorverwijzingen een Zorgpad bestaat en om dan vervolgens voor uzelf te bepalen wat het beste moment is om uw energie in te zetten voor een zinvolle interventie. Dat is dus vreemd genoeg niet aan de poort, maar verderop in het traject als de “tijd” is gevlogen en er nog zeeën van in het verschiet liggen. Dyslexie neemt maximaal 2 zorgtrajecten in beslag. Vanaf het derde zorgtraject is vaak een verzwaring te zien van zorg die structureel doorloopt. Dit betreft in veel gevallen behandeltrajecten terwijl de vraag is of dit geen begeleidingstrajecten moeten zijn. Vanaf het derde zorgtraject is een bedrag per jongere beschikbaar van 30.000 tot 100.000 euro per jaar die kan worden ingezet. Een enorm bedrag die anders kan worden besteed dan enkel de opwaartse trap van zwaardere zorg te belopen. Dit is dus het moment voor een zinvolle integrale interventie.

Wilt u meer voorbeelden horen vanuit het perspectief Tijd op zowel Jeugdhulp als Wmo dan ga ik graag met u gesprek. 

 
melle, medewerker transitiepartners

Melle Wijma

Telefoon : 06 – 27 58 85 82
E-mail : m.wijma@transitiepartners.nl